19 november 2017 19:00 uur

Laurenscantorij
Laurensorkest
Wiecher Mandemaker - dirigent
Martha Bosch - sopraan
Hayo Boerema - orgel

Laurenskerk, Rotterdam

Falsche Welt, dir trau ich nicht is een solocantate voor sopraan, voor de 23e zondag na Trinitatis.  De Laurenscantorij sluit deze af met een intiem slotkoraal.

Het eerste halfjaar voert de Laurenscantorij naast een cantate ook steeds een Nunc Dimittis uit. Deze lofzang van Simeon, traditioneel gezongen in de anglicaanse evensong, werd door veel componisten getoonzet. Deze week de premiere van die van Laurensorganist Hayo Boerema!

 

Cantate Falsche Welt, dir trau ich nicht, BWV 52, J.S.Bach

De tekst is geschreven tegen de achtergrond van Mattheüs 22: 15-22, het bijbeldeel dat handelt over de Farizeeën, die Jezus met hun uitspraak in de val proberen te lokken. 

Tegenover de bescheiden vocale bezetting staat een uitgebreide, een feestdagwaardige instrumentale: behalve een continuogroep (met fagot) strijkers, drie hobo’s en twee ‘corni da caccia’, jachthoorns.

Het instrumentale openingsdeel, het simfonia, herkenbaar als de opening van de oudste versie van het eerste Brandenburgs Concert, overrompelt al meteen door een fanfare- of jachtmotief van hoorns, die ritmisch totaal tegendraads hun eigen weg gaan.

De extraverte en positieve sfeer van dit instrumentale deel contrasteert met de cantatetekst die in de volgende delen in een bedrukt d-mineur wordt aangesneden. En het is duidelijk waarom. Dit elegante, seculiere stuk, met zijn geur van de jacht en het koffiehuis representeert de uitnodigende en pronkzuchtige maar vergankelijke en onbetrouwbare buitenwereld waarvan de gelovige zich dient verre te houden.

In haar eerste recitatief beklaagt de sopraan zich over haar beklagenswaardige situatie in een doortrapte wereld. Dramatisch start ze met het meest dissonante (‘valse’) akkoord waarover Bach beschikte, het ‘Barabbam-akkoord’ uit de Matthäus-Passion. De continuobegeleiding, die met kortaffe akkoorden het isolement van de sopraan kan onderstrepen, voert ons langs afgelegen en dus onwelluidende toonsoorten als Des-groot en bes-klein. 

Verlatenheid karakteriseert de eerste aria, de sopraan begeleid wordt door de beide violen; altviolen ontbreken maar er speelt wel een fagot in het continuo.  

De houtblazers, drie hobo’s en de fagot, vormen een kwintet met de sopraan in aria  Ich halt'es mit dem lieben Gott. Een hoofse, polonaiseachtige dans in 3/4-maat, die in een opera niet zou misstaan, geeft hier uitdrukking aan het vastberaden Godsvertrouwen van de sopraan. 

In het slotkoraal -een gebed- heeft Bach de tweede hoorn een eigen onafhankelijke stem gegeven (de overige instrumenten verdubbelen de vier vocale stemmen), zodat er een prachtige intieme vijfstemmige zetting is ontstaan.

 

Hayo Boerema over zijn Nunc Dimittis

'Dit werk sluit een beetje aan op de Anglicaanse traditie. Om die reden is de taal Engels.
Het werk is achtstemmig getoonzet, wat een vrij volle klank geeft.
Simeon verwachtte de vertroosting en mocht heengaan na Christus (de Trooster) gezien te hebben. Verwachting, vertroosting en heengaan. Hoe klinkt dat…? Bij mij riep dat de associaties op van enerzijds verzadigde, welluidende klanken, een zekere melancholie. Anderzijds is er een licht onbehagen, het wringt en steekt en maakt onrustig.
Want hoe zit dat met die vertroosting? Om met Gerard Reve te spreken: ‘dat koninkrijk van u, wordt dat nog wat?’
Die onrust komt tot uitdrukking bij de frase: ‘to be a light to lighten the gentiles’ (licht tot openbaring voor de heidenen).
Maar daar sluit het niet mee af: de liturgische traditie kent de toevoeging van de doxologie (ook wel bekend als ‘klein gloria’). En met die doxologie keert de rust weer terug.’

 

Toegang vrij, collecte na afloop.

contact

Stichting Laurenscantorij
Postbus 21264
3001AG Rotterdam
06 410 79 452
info @ laurenscantorij.nl (spaties verwijderen)

contactformulier