15 april 2018 19:00 uur

Laurenscantorij
Laurensorkest
Wiecher Mandemaker - dirigent
Nicole Fiselier - sopraan
Annette Vermeulen - alt
Leon van Liere - tenor
Johan Vermeer - bas
Hayo Boerema - orgel

Laurenskerk, Rotterdam

Begin je week met Bach! Zijn cantates plaatsen wij in hun oorspronkelijke context, ingebed in een kerkdienst. De cantatediensten duren een uur en zijn gratis toegankelijk, met collecte na afloop. Iedereen kan even tot rust komen in de prachtige, monumentale sfeer van de Laurenskerk.

In de cantate Halt in Gedächtnis Jesum Christ BWV 67 voor de zondag na Pasen vertolkt Bach naast de blijdschap over de opstanding, ook geniaal de ambivalentie tussen geloof en twijfel en tussen vrees en het daardoorheen klinkende 'vrede zij u'.

Aan het einde van de dienst klinkt de roep om die vrede met Mendelssohns wereldberoemde lied 'Verleih uns Frieden gnädiglich'.

  

BACH / Halt in Gedächtnis Jesum Christ, BWV 67  / tekst: Barend Schuurman

Voor zondag Quasimodo geniti, de eerste zondag na Pasen. De naam verwijst naar de antifoon voor die dag 'Als pasgeborenen'.

Dramatisch

Het bijzondere van de cantate Halt im Gedächtnis Jesum Christ is dat deze op een bepaald moment haar voor cantates zo kenmerkende beschouwelijk karakter verliest en in dramatisch; vertellend wordt, zoals in passies en oratoria.

Dat moment vindt plaats in het zesde deel van de cantate. Dit fragment is zeer nauw verbonden met het begin van de evangelielezing uit Johannes waar het libretto van de cantate bij aansluit: 'Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: Ik wens jullie vrede'.

Het contrast in deze tekst (gesloten deuren en vrees aan de ene kant, en 'Vrede zij u'; aan de andere kant) heeft de librettist uitgewerkt door middel van een gedicht. Het gedicht bestaat uit drie strofen van elk drie regels. Maar de woorden van Jezus parafraseert hij niet. Dit is precies de reden waarom juist in deze aria voor bas en koor (nr. 6) de cantate haar beschouwelijk karakter verliest en dramatisch wordt.

Bach zou Bach niet zijn als hij deze wending niet op geniale wijze verstaan had, ook hij wisselt muzikaal beschouwd van decor. Strijkers en driestemmig koor symboliseren de 'vrees' door middel van uiterst geagiteerde muziek. De intrede van de houtblazers (1 fluit en 2 oboe d’amores) vergezellen de woorden van Jezus (bas). Instrumentatie, maatwisseling (3/4 i.p.v. 4/4) en tempo maken duidelijk dat we te maken hebben met iets van een andere orde.

Het was Albert Schweitzer die al in 1908 in zijn Bachboek wees op de grote rijkdom aan betekenissen die het gepunteerde ritme heeft in Bachs cantates: 'De kwestie van de verschillende gepunteerde ritmes bij Bach is voor de praktijk van de grootste betekenis. De gemiddelde dirigent ziet het probleem zelfs niet, maar laat deze ritmes altijd op eenzelfde manier uitvoeren. Bach weet door maatsoort en zinsbouw het ritme steeds zo'n helder karakter te geven, dat de betekenis in relatie tot het gezongen woord zonder meer duidelijk wordt.'

Ik voeg daar nog aan toe: en door articulatie. De korte zestiende noot achter de achtste punt is in dit geval gebonden aan de voorafgaande noot: zij is als het ware aangehangen, inactief, met een karakter van rust: het symbool van vrede en pure zaligheid. Driemaal - zoals in het evangelie - horen we de vredegroet. Driemaal staat deze haaks op het tumult.

En dan gebeurt er iets heel opvallends. De vierde maal klinkt 'Vrede zij u' te midden van het tumult, maar even later voegen de strijkers zich bij de pastorale klanken van de houtblazers. 'De vijand (de vrees) is overwonnen, de vrede is gevestigd' (Dürr).

openingskoor

Het openingskoor is in weer een ander opzicht bijzonder. Het is opmerkelijk dat deze betrekkelijk bondige tekst zo’n muzikaal brede en vooral complexe uitwerking krijgt. Geheel volgens de regels van de retoriek onderstreept Bach 'Halt' ('halt im Gedächtnis' = gedenk) door óf korte uitroepen óf lange noten, en 'auferstanden' door middel van lange, vaak stijgende toonreeksen (voorbeeld 1 en 2).

Alfred Dürr wijst op de overeenkomst tussen het fugathema en de melodie van O Lamm Gottes, unschuldig. Dat is heel goed mogelijk, vooral wanneer we letten op de tekst uit het Johannesevangelie (20, 20): 'Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde.' De Opgestane is de Gekruisigde. Maar je kunt ook nog denken aan de melodie van het lied Heut singt die liebe Christenheit van Nikolaus Hermann (1560). Dit lied is geschreven op een tekst uit Openbaring (12, 7-12): 'Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn Messias.'

aria nr. 2

In de tenor-aria horen we een fraaie illustratie van de begrippen 'opstanding' en 'aanvechting'. Een stijgende beweging verbeeldt de opstanding, de aanvechting horen we terug in korte, door rusten onderbroken motieven.

recitatief nr. 3 en 5

De twee recitatieven voor alt worden weliswaar onderbroken door het koraal Erschienen ist der herrlich Tag, maar vormen toch een samenhangend geheel. In beide recitatieven verklankt Bach de voortdurend heen en weer gaande beweging van geloof en twijfel. We weten niet of Bach die heen en weer gaande beweging in zijn eigen geloofsbeleving heeft gekend. Hij heeft de ambivalentie zoals die uit de evangelieberichten naar voren komt in ieder geval op onnavolgbare wijze in klank omgezet.

koralen nr. 4 en 7

Het eerste koraal Erschienen ist der herrlich Tag is het paaslied van Nikolaus Hermann (1560). De tekst is verwant met psalm 118, 24:

Dit is de dag die de HEER heeft gemaakt, laten wij juichen en ons verheugen.

Deze psalm is het graduale-gezang voor Paasmorgen, en wordt de week daarna elke dag gezongen.

 

MENDELSSOHN / Verleih uns Frieden (1831) / tekst: Wiecher Mandemaker

Zoals we in de cantate-toelichting van Barend Schuurman kunnen lezen ligt het dramatisch hoogtepunt van de cantate van vanavond in deel 6 bij de vertoning van de woorden van Jezus “Vrede zij u”

Daarom koos ik voor deze cantatedienst als tweede compositie Mendelssohns Verleih uns Frieden gnädiglich. Voor dit “kleine Lied”, zoals Mendelssohn het werk zelf noemde, gebruikte hij de door Luther vertaalde tekst van de “Antiphona pro pace” Da nobis pacem, Domine. Deze antifoon werd in Luthers tijd aan het einde van de dienst gezongen. Het oorspronkelijk idee van Mendelssohn was een eenvoudig koorlied te schrijven gecombineerd met een canon van celli, begeleid door orgel en contrabas. Deze qua omvang beperkte opzet paste goed bij de liturgische functie van deze antifoon. De uiteindelijke bezetting werd echter toch een stuk uitgebreider; Mendelssohn voegde violen, altviolen en 6 houtblazers toe. De hoofdrol voor de celli bleef echter duidelijk herkenbaar.

Het stuk opent met de canon tussen de celli. De tekst en de melodie worden daarna drie keer voorgedragen. De eerste keer exposeert de baspartij de melodie en de tekst. Na enkele verbindende maten keert de melodie terug in de altpartij in combinatie met een contrapunt in de baspartij. De houtblazers mengen zich in het geheel maar beperken zich tot verdubbeling van de belangrijke cellopartijen. Weer volgt een aantal verbindende maten waarin de tutti-koorinzet wordt voorbereid. Het koor zingt in overwegend homofone stijl, even eenvoudig als schoon, waarna het stuk net zo intiem eindigt als het begon.

Er was de nodige kritiek op het stuk. Zo werd Mendelssohn aangevallen op het zogenaamd slecht plaatsen van onbetoonde lettergrepen op zware maatdelen. Maar daar heeft men zich later weinig van aangetrokken en het stuk heeft grote bekendheid gekregen. Robert Schumann kreeg gelijk toen hij schreef “ Eine andere Neuigkeit war ein Gebet nach Worten von Luther von Mendelssohn, das am Vorabend des Reformationsfestes (1839) hier zum erstenmal gehört wurde: eine einzig schöne Composition, von deren Wirkung man sich nach dem bloßen Anblick der Partitur wohl kaum eine Vorstellung machen kann. …Das kleine Stück verdient eine Weltberühmtheit und wird sie in der Zukunft erlangen…

 

 

Toegang vrij, collecte na afloop.

contact

Stichting Laurenscantorij
Postbus 21264
3001AG Rotterdam
06 410 79 452
info @ laurenscantorij.nl (spaties verwijderen)

contactformulier