19 mei 2019 19:00 uur

Laurenscantorij & Laurensorkest

Lauren Armishaw - sopraan
Minho Jeong - alt
Arco Mandemaker - tenor
Johan Vermeer - bas
Hayo Boerema - orgel
Wiecher Mandemaker - dirigent

Laurenskerk, Rotterdam

Begin je week met Bach! Wij plaatsen de Mis in A van Bach in een kerkdienst. Het geheel duurt een uur en is gratis toegankelijk, met collecte na afloop. Iedereen kan even tot rust komen in de prachtige, monumentale sfeer van de Laurenskerk.

Bach op het Stadspodium

Blijf na afloop van de cantatedienst vooral nog even in de buurt, want dan brengen we Bach naar buiten. De Laurenscantorij zingt enkele delen uit de Lutherse mis op het Stadspodium. Dit podium staat tegenover de Laurenskerk. Het korte optreden staat gepland van 20.45-21.00 uur en vindt plaats als het weer dit toelaat. Het is voor het eerst dat de Laurenscantorij op het Stadspodium zingt. Benieuwd hoe dat klinkt? Beleef deze primeur!

 

J.S.BACH /  Missa in A (BWV 234)

In de jaren 1738/39 schrijft Bach een viertal composities op de Griekse c.q. Latijnse teksten van Kyrie en Gloria. Ze worden wel aangeduid als 'Lutherse missen' maar specifiek Luthers zijn ze niet: ze zouden in principe ook in de katholieke eredienst gebruikt kunnen worden. Ook worden ze wel 'korte missen' of 'missa brevis' genoemd, maar ook dat is misleidend: Missae breves zijn korte, compacte versies van de complete mistekst, dus inclusief Credo, Sanctus etc. Bach zelf noemt zijn composities Missa, de destijds gangbare benaming voor een Kyrie+Gloria-zetting, ter onderscheiding van een Missa tota die alle misdelen omvat.

Het is nog altijd niet duidelijk wat Bach heeft bewogen deze ‘missen' te componeren of liever: te assembleren, want de muziek ontleende hij aan cantates. Met zijn regelmatige cantateproductie was hij al twaalf jaar geleden gestopt, in het begin van de jaren dertig voltooide hij de reeks oratoria voor grote feesten en sleep hij nog wat aan zijn passies maar zijn compositorische interesse voor kerkmuziek leek wel verdwenen.
- Waren ze bedoeld voor het katholieke hof in Dresden? Het is onwaarschijnlijk, want toen Bach in 1733 het Kyrie en Gloria van zijn latere Hohe Messe, de 'Dresden-mis', aan de nieuwe, katholieke koning/keurvorst te Dresden aanbood (vlassend op de titel 'Hofcompositeur'), bleek hij tot in detail op de hoogte van de kerkmuzikale regels in het katholieke Dresden, waaraan dit latere viertal niet beantwoordt.
- Was het een opdracht voor een ander katholiek hof, bijvoorbeeld dat van de Boheemse Graaf Sporck, met wie Bach bewezen hartelijke contacten onderhield? Zou kunnen: ook van zijn Dresden-mis offreerde hij slechts de partijen maar behield zelf de partituur. Maar er is geen spoor van bewijs en graaf Sporck overleed op 30 maart 1738.
- Maar waarom zou hij ze eigenlijk niet hebben geschreven voor eigen gebruik in Leipzig? Niet voor de hand liggend, want de enige partij die wijst op een Leipziger uitvoering dateert pas van tien jaar later. Maar het zou kunnen.
Immers, Luther hervormde aanvankelijk slechts de orde van de mis onder handhaving van het Latijn (Formula Missae, 1523) en bepleitte pas in tweede instantie (Deutsche Messe, 1526) eredienst in volkstaal, waartoe hij de Bijbel in het Duits vertaalde, liederen componeerde die de gemeente kon meezingen (koralen) en de misstructuur (die hij handhaafde) van Duitse equivalenten voorzag: zie hieronder.

Maar Luther verwijderde het Latijn nooit geheel uit de Hauptgottesdienst; afhankelijk van tijd, plaats en regio klonk er nog veel Latijn, vooral in conservatiever streken zoals Leipzig. Met name delen van het ordinarium(de dagelijks terugkerende elementen) werden nog vaak door de celebrant in het Latijn gezongen, of op hoogtijdagen zelfs concertant uitgevoerd, terwijl de onderdelen van het proprium (de dagelijks wisselende elementen zoals schriftlezing, preek, cantate) bij voorkeur in de volkstaal verliepen.

Terwijl de duitstalige cantate in de Lutherse kerk het belangrijkste muziekstuk was geworden, zullen er dus onder Bachs leiding c.q. eindverantwoordelijkheid op feestdagen veel Latijnse missen zijn gezongen, die ook van katholieke componisten konden stammen. Tot 1738 beperkte Bachs compositorische bijdrage aan de Latijnse kerkmuziek zich tot enkele Sanctus-zettingen en het Magnificat. Wat kan hem hebben bewogen ineens een aantal KYRIE/GLORIA-zettingen te schrijven, op basis van cantatecomposities? Twee motieven worden vaak genoemd:
1. Bach realiseerde zich dat zijn cantateteksten allengs door de theologische ontwikkelingen van zijn tijd achterhaald werden en zijn composities dus slechts in andere vorm zouden kunnen overleven;
2. Cantates konden, als onderdeel van het dagelijks wisselende proprium, het tijdeigen misgedeelte, maximaal éénmaal per jaar worden uitgevoerd; de Latijnse miscomposities daarentegen hadden, met hun universelere, van tijd en theologische modes onafhankelijke tekst een potentieel hogere uitvoeringsfrekwentie.
Dat Bachs vier Kyrie/Gloria-missen voor Leipziger gebruik bestemd waren wordt echter weer onwaarschijnlijker als we ons realiseren dat Bach de benodigde 24 stukken muziek (per mis drie aria's en drie koren) betrok uit een beperkt aantal cantates, en waarschijnlijk niet de slechtste, die derhalve nog regelmatig als cantate zullen hebben geklonken.

PARODIEËN
Bach baseerde zijn missen dus op bestaande composities, die hij van een nieuwe tekst voorzag; het zijn derhalve allemaal (op één na) zogeheten parodieën. Dat heeft de status van de vier missen vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw, die zo hechtte aan originaliteit en de integriteit van een kunstwerk, geen goed gedaan: 'prachtvoll entfaltete Blumen von ihren Stengeln geschnitten und zum verwelklichen Strauss gebunden' (Spitta), 'Barbarische Parodien (Schweitzer). Daar denken wij nu wat anders over. In de karikatuur van het parodiëren geeft een gemakzuchtige componist zijn tekstdichter opdracht een nieuwe tekst te vervaardigen die metrisch, qua affect en qua versstructuur identiek is aan een oude, en laat hij vervolgens één van zijn studenten/kopiïsten in alle partijen de nieuwe tekst onder de bestaande muziek schrijven. Klaar is Kees. Zulke goedkope (‘dichterlijke') parodieën kennen we van Bach nauwelijks; hij besteedde altijd de uiterste zorg aan de nieuwe tekstplaatsing en de relatie met de bijbehorende muziek, en al helemaal in het geval dat - zoals hier - de nieuwe tekst een bestaande, niet-metrische Latijnse prozatekst is. Men is het er wel over eens dat Bach sneller klaar was geweest wanneer hij nieuwe stukken had gecomponeerd; er was hem blijkbaar veel aan gelegen zijn oude composities een nieuw leven te geven. Wie Bachs missen afkeurt omdat ze louter parodieën bevatten, moet ook zijn Weihnachtsoratorium en Hohe Messe afwijzen.
Zoals onderstaand overzicht laat zien bestaan alle vier de missen uit zes delen: drie koren voor het Kyrie en de hoekdelen van het Gloria, en drie achtereenvolgende aria's voor de overige Gloriagedeelten, waarbij de verdeling van de tekst over deze drie stukken enigszins varieert, zie de 'mistekst'. Van vier van de 24 stukken weten we de herkomst niet; waarschijnlijk komen ze uit een verloren gegane cantate. Eén deel, het openingskoor van BWV 233 (F-groot), heeft Bach oorspronkelijk in Weimar, tussen 1708 en 1714 op de Kyrie-tekst gecomponeerd; van de overige negentien stukken ontleent Bach er dertien aan slechts vier cantates, die hij daarmee, voorzover bruikbaar, volledig heeft geplunderd want uiteraard komen uit cantates slechts koren en aria's, geen recitatieven en koralen in aanmerking voor parodiëring in missen. Dat Bach ten behoeve van zijn vier missen vier cantates integraal kannibaliseert pleit voor de gemeenschappelijke conceptie van de groep missen. Vooral ten behoeve van nog ontbrekende koorgedeelten doet Bach een beroep op diverse andere cantates.

 

Eduard van Hengel

Toegang vrij, collecte na afloop.

contact

Stichting Laurenscantorij
Postbus 21264
3001AG Rotterdam
06 410 79 452
info @ laurenscantorij.nl (spaties verwijderen)
IBAN NL93 ABNA 0640 7556 66

contactformulier